Juridisch geneuzel
Juridisch geneuzel
Het AV-besluit van 6 december 2025, waardoor moet worden gecontroleerd of er conform het bepaalde in de Wet dieren en het Besluit houders van dieren is gefokt voordat er stambomen afgegeven worden, heeft onrust veroorzaakt onder fokkers. In dit artikel proberen we antwoorden te geven op de geluiden die we horen.
Wat voorafging…
Sinds 1 januari 2025 is het beleid van kracht dat geen stambomen worden afgegeven aan nesten die niet voldoen aan de Nederlandse wetgeving op het gebied van gezondheid en welzijn van honden. Vanaf die datum zijn fokkers verplicht om bij de dekaangifte een verklaring af te leggen (het ‘vinkje’) dat de voorgenomen combinatie voldoet aan de toepasselijke wet- en regelgeving. Deze verklaring luidt als volgt:
“Hierbij verklaar ik dat ik met het fokken met de bij deze (dek)aangifte opgegeven ouderdieren voldoe aan de wettelijke regels en daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften op het gebied van de gezondheid en het welzijn van honden.” Indien de verklaring niet aangevinkt wordt, dan kan de dekaangifte niet worden afgerond met als gevolg dat voor dat nest geen stambomen worden afgegeven.
Geen controle
Er werd echter niet gecontroleerd of de aangevinkte verklaring klopte. Zo kon het gebeuren dat de database van de Raad van Beheer uitslagen van uitgevoerde screeningsonderzoeken bevatte waaruit expliciet bleek dat werd gefokt met ernstige vormen van heup- of elleboogdysplasie, patella luxatie en erfelijke oogafwijkingen waarvan de ECVO zegt: niet mee fokken (bijv. niet-congenitale corticale cataract en MPP-lens). Het systeem van de Raad van Beheer detecteert uitsluitend overtredingen van het Basisreglement Welzijn en Gezondheid (bijv. 12-maanden regel of het fokken met te jonge of te oude dieren). Het Tuchtcollege attendeerde de Raad van Beheer hier in januari 2022 al op in een zaak waar een fokker werd verweten te hebben gefokt met een reu die aantoonbaar lijdt aan aandoeningen (cataract (niet- congenitaal) en distichiasis/ectopische cilie) die de gezondheid en het welzijn van de hond en/of de nakomingen ernstig in gevaar kunnen brengen.
Het Tuchtcollege oordeelde in deze zaak als volgt:
Het mag duidelijk zijn dat bovenstaande oogziekten een erfelijke basis kennen en het hierdoor een fokuitsluitende aandoening betreft zoals is bedoeld in artikel VI.3 lid 3 KR. Hoewel het hem niet van zijn verantwoordelijkheid ontslaat, is het Tuchtcollege van mening dat beklaagde een punt heeft als hij aangeeft dat het voor een fokker een uitkomst zou zijn, als die in een zo vroeg mogelijk stadium via de Raad van Beheer weet of er met een hond wel of niet (meer) gefokt mag worden. Tijdens de zitting erkende de Raad van Beheer dat als een ECVO-uitslag aangeeft dat er met een bepaalde hond niet gefokt mag worden, hier geen automatische melding in het systeem op volgt, iets dat bij een overtreding van de Basisreglement Welzijn en Gezondheid wel gebeurt. Helaas heeft de Raad van Beheer het advies van het Tuchtcollege nog niet opgevolgd.
1. Fokverboden
De wetgever verbiedt vanaf 1 januari 2013 het fokken met dieren die beschikken over een bepaalde aandoening die, of een uiterlijk kenmerk dat, de gezondheid of het welzijn van het dier of de nakomelingen van het dier kan aantasten (artikel 2.6 Wet dieren). Sinds 1 mei 2013 is in het KR het verbod opgenomen om met honden te fokken die aantoonbaar lijden aan een of meer aandoeningen die de gezondheid en het welzijn van de hond of zijn nakomelingen ernstig in gevaar kan brengen (voorheen artikel VI.23 lid D, nu artikel VI.3 lid 3). Vanaf 1 juli 2014 geldt het Besluit houders van dieren. Artikel 3.4 is van belang en geeft regels over de fokkerij. In lid 1 lezen we dat het verboden is om te fokken op een manier waarop het welzijn of de gezondheid van het ouderdier of de nakomelingen wordt benadeeld.
In het tweede lid is o.a. bepaald dat bij het fokken voor zover mogelijk voorkomen moet worden dat:
• ernstige erfelijke afwijkingen en ziekten worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen;
• uiterlijke kenmerken worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen die schadelijke gevolgen hebben voor welzijn of gezondheid van de dieren;
• ernstige gedragsafwijkingen worden doorgegeven aan of kunnen ontstaan bij nakomelingen.
Het KR verbod is vrijwel hetzelfde als die in de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. Als het Tuchtcollege vaststelt dat artikel VI.3 lid 3 KR is overtreden, dan is dus ook de wet overtreden.
Conclusie: Al deze bepalingen zeggen hetzelfde: (ernstige) erfelijke afwijkingen en ziekten mogen niet worden doorgegeven.
Initiatiefvoorstel
Met het streven naar het fokken van gezonde honden en om recht te doen aan het per 1 januari 2025 ingevoerde beleid dat geen stambomen worden afgegeven aan nesten die niet voldoen aan de Nederlandse wetgeving op het gebied van gezondheid en welzijn van honden is voor de AV van de RvB op 6 december 2025 een initiatiefvoorstel ingediend. De AV heeft dit voorstel aangenomen, waarmee het bestuur van de Raad van Beheer de opdracht kreeg met ingang van 1 januari 2026, al dan niet handmatig, te controleren of er inderdaad conform het bepaalde in de Wet dieren en het Besluit houders van dieren is gefokt, voordat er stambomen afgegeven worden. Op basis van deze opdracht heeft het bestuur op 30 december 2025 gecommuniceerd dat voor nesten waarvoor vanaf 1 januari 2026 stambomen worden afgegeven, de bekende uitslagen van deuitgevoerde screeningsonderzoeken worden gecontroleerd. Als daaruit blijkt dat een ouderdier een slechte uitslag heeft, krijgen de nakomelingen geen stambomen. Het om de volgende aandoeningen:
- Heupdysplasie HD-D en HD-E;
- Elleboogdysplasie ED II en ED III;
- Patella luxatie graad 2 en hoger;
- ECVO-oogaandoeningen met het fokadvies “no breeding from the affected animal”;
- Cochleaire doofheid.
2. Inspanningsverplichting
De Wet dieren kent een inspanningsverplichting voor fokkers. Om aan hun inspanningsverplichting te voldoen moeten fokkers, en zeker fokkers van rassen waarbij bekend is dat er bij dat ras erfelijke ziektes en aandoeningen voorkomen, in staat zijn te onderbouwen dat ze voldoende hebben gedaan om de overdracht van erfelijke afwijkingen en ziekten te voorkomen. Dit houdt in dat zij voorafgaand aan de dekking onderzoek moeten doen bij hun fokdieren, moeten kunnen aantonen wat er is onderzocht en wat de uitkomsten van dat onderzoek zijn. Wanneer bekend is dat er erfelijke aandoeningen voorkomen in een ras en er is vooraf geen onderzoek verricht, dan heeft de fokker niet aan zijn inspanningsverplichting voldaan en dus gefokt in strijd met de wet. Alleen wanneer kan worden aangetoond dat binnen een ras bepaalde erfelijke aandoeningen niet voorkomen, hoeven deze aandoeningen voorafgaand aan de dekking niet te worden onderzocht. Reacties op het niet afgeven van stambomen De eerste fokkers die geen stambomen ontvangen voor hun nest, zijn hier inmiddels over geïnformeerd door de Raad van Beheer. Wij horen dat fokkers en bestuurders van mening zijn dat ten onrechte geen stambomen voor hun pups afgegeven worden omdat:
• De Raad van Beheer tussentijds de regels veranderd heeft.
Dit is een onjuiste aanname omdat het beleid dat geen stambomen worden afgegeven aan nesten die niet voldoen aan de Nederlandse wetgeving op het gebied van gezondheid en welzijn van honden al vanaf 1 januari 2025 geldt. Er wordt nu niet alleen gecontroleerd op overtreding van de welzijnsregels maar ook op aanwezige gezondheidsuitslagen. Iedere fokker die fokt met een dier dat een ernstige aandoening heeft, weet of had kunnen of moeten weten dat dit in strijd is met wet- en regelgeving;
• De aandoening waar mee gefokt is en waardoor er geen stambomen worden afgegeven, is niet als fokuitsluitend opgenomen in het VFR, dus daar mag mee gefokt worden. Ook dit is een onjuiste gedachte. Het Tuchtcollege in hoger beroep heeft daar in haar
uitspraak in zaaknummer 24-010 als volgt over geoordeeld:
“Het is mogelijk dat het VFR minder streng is dan bepalingen in het Kynologisch Reglement en in strijd is met de wet. Het is de verantwoordelijkheid van de fokker zelf om daar alert op te zijn”;
• Ik heb advies gevraagd bij het bestuur van mijn rasvereniging, en het bestuur zei dat ik met een hond met die afwijking mocht fokken.
Ook het bestuur van een rasvereniging kan het mis hebben. Het is goed dat bij twijfel advies gevraagd wordt, maar dit ontslaat fokkers niet van hun plicht om zich voorafgaand aan het fokken te verdiepen in de toepasselijke wet- en regelgeving. De fokker is eindverantwoordelijk voor zijn eigen handelingen. Beschikt de fokker over een schriftelijk advies van een professional, zoals een dierenarts, dat er met dat ouderdier die aan een afwijking lijdt wél binnen de kaders van de wet gefokt mag worden, dan kan de fokker in bezwaar gaan tegen het besluit dat geen stambomen afgegeven worden, en zich beroepen op dat advies.
• De fokadviezen van het ECVO zijn slechts adviezen, geen fokregels.
Dat klopt, maar voor de aandoeningen waarvoor ECVO adviseert “NO BREEDING from the 3affected animal” geldt dat dit aandoeningen zijn waarvoor aanzienlijk bewijs is dat deze erfelijk zijn en/of een grote potentiële bedreiging vormen voor het gezichtsvermogen of andere verminderde oogfunctie maar ook pijn of leed bij het dier. Wet- en regelgeving verbiedt het fokken met dieren die beschikken over een bepaalde aandoening die, of een uiterlijk kenmerk dat, de gezondheid of het welzijn van het dier of de nakomelingen van het dier kan aantasten. Ook het KR bevat een verbod dat toeziet op het fokken met ernstige aandoeningen en ziekten. Dus mag met honden die lijden aan een aandoening waarvoor ECVO adviseert “NO BREEDING from the affected animal” niet worden gefokt.
Stoppen met gezondheidsonderzoek
Ook geven verenigingen en fokkers aan te willen stoppen met bepaalde gezondheidsonderzoeken nu slechte uitslagen leiden tot het niet afgeven van stambomen. Dat is geen goed idee. Fokkers voldoen dan niet aan hun wettelijke inspanningsverplichting. Ook dan is er strijd met wet- en regelgeving en mogen er geen stambomen voor de pups worden afgegeven. Per ras zal moeten worden vastgesteld welke gezondheidsonderzoeken verplicht uitgevoerd dienen te worden om aan de inspanningsverplichting te voldoen.
Handhaving NVWA en het Tuchtcollege van de Kynologie
Het is van belang dat besturen van verenigingen en fokkers zich realiseren dat overtredingen van wet- en regelgeving maar ook overtreding van het KR consequenties kan hebben. De NVWA kan boetes opleggen maar bijvoorbeeld ook over gaan tot bestuursdwang (bijvoorbeeld inbeslagname van dieren) of het opleggen van een last onder dwangsom (bij een volgende overtreding moet een dwangsom betaald worden). Ook wanneer de Raad van Beheer het onterecht aanvinken van de verklaring niet als het verstrekken van onjuiste informatie ziet, hetgeen een overtreding van het KR is, en dit niet automatisch voorlegt aan het Tuchtcollege terwijl er gefokt is met ouderdieren die aan een ernstige afwijking lijden, dan kan eenieder hierover alsnog klachten bij het Tuchtcollege indienen.
Verantwoorde fokkerij
Wet- en regelgeving bevatten open normen waarin is vastgelegd dat dierenwelzijn, gezondheid en gedrag niet in het geding mogen komen. Wanneer een fokker bekend is met de grenzen van wet- en regelgeving kan er verantwoord worden gefokt. Dat is toch wat iedere fokker nastreeft? Niemand wil opzettelijk ongezonde dieren fokken waar je als fokker verantwoordelijk en aansprakelijk bent. Het fokken van gezonde honden binnen de kaders van de wet geeft rust en voldoening. Kennis en kunde zijn daarbij onmisbaar. Wanneer de maatschappij de stamboom als kwaliteitsdocument kan zien, zal de vraag naar stamboomhonden toenemen. De fokkerij en de kynologie kennen vele uitdagingen. Als fokker blijf je ontwikkelen. Passievolle, verantwoorde hondenfokkerij kun je zien als een levenswerk, blijf daarvan genieten!
Monique van Boxtel en Rachel Dijkhorst-Noij
